Je hebt het voer van je paard aangepast. Je bent kritischer gaan kijken naar ingrediënten, suiker en zetmeel en hebt misschien een balancer of voer gekozen dat veel beter bij je paard past. Toch blijft die opgeblazen buik terugkomen, zie je nog steeds mestwater of gasvorming of reageert je paard gevoelig op gras en ruwvoerwisselingen.
Hoe kan dat, als je inmiddels wél passend voert?
Omdat een passend rantsoen en het herstellen van de darmgezondheid van je paard twee verschillende dingen zijn. Ander voer kan een belangrijke eerste stap zijn, maar wanneer de spijsvertering al langere tijd onder druk staat, zijn de darmen niet automatisch hersteld zodra je een andere voerzak opent.
Precies daarom draait een voedingsadvies bij HorseGanic voor mij niet alleen om wat je voert, maar vooral om wat het lichaam vervolgens nodig heeft om te herstellen.
Het spijsverteringsstelsel van een paard is gemaakt om gedurende een groot deel van de dag vezelrijk plantenmateriaal te verwerken. Vooral in de blinde en dikke darm leven enorme hoeveelheden micro-organismen die samen het darmmicrobioom vormen. Deze micro-organismen fermenteren vezels en produceren daarbij onder andere vluchtige vetzuren, die een belangrijke energiebron vormen voor het paard.
Maar gezonde darmen bestaan uit veel meer dan alleen een goed functionerend darmmicrobioom. Ook de darmwand, slijmvliezen, darmbeweging, fermentatie en opname van voedingsstoffen spelen een belangrijke rol. Daarnaast staat het maagdarmstelsel in nauwe wisselwerking met onder andere het immuunsysteem, de stofwisseling en het zenuwstelsel.
Daarom zegt mooie mest alleen niet dat de darmgezondheid optimaal is. Een goed functionerend maagdarmstelsel vormt een belangrijke basis voor vertering, vezelfermentatie, voedingsstoffenopname, energievoorziening en weerstand.
Sommige signalen zijn duidelijk verbonden aan de spijsvertering. Denk aan mestwater, wisselende of dunne mest, een opgeblazen buik en veel gasvorming. Ook een paard dat sterk reageert op de overgang naar gras, een nieuwe partij hooi of andere veranderingen in het rantsoen kan aanleiding geven om uitgebreider naar de darmgezondheid te kijken.
Maar ik kijk verder dan alleen de mest en de buik. Wanneer een paard bijvoorbeeld ook wisselende energie, veranderingen in lichaamsconditie, huid- of vachtproblemen of andere terugkerende signalen laat zien, neem ik deze mee in het totaalbeeld.
Dat betekent niet dat iedere klacht door de darmen wordt veroorzaakt. Dezelfde signalen kunnen verschillende oorzaken hebben. Juist daarom vind ik het belangrijk om niet één symptoom los te beoordelen, maar naar de combinatie, voorgeschiedenis en ontwikkeling van signalen te kijken.
Stel dat je paard al maanden of misschien zelfs jaren een rantsoen krijgt dat niet optimaal bij hem past. Je besluit het voer aan te passen. Je kiest andere vezelbronnen, verlaagt suiker en zetmeel en zorgt ervoor dat vitaminen, mineralen, eiwitten en energie beter aansluiten.
Dat kan een ontzettend belangrijke verandering zijn.
Maar daarmee zijn de darmwand, slijmvliezen, fermentatie en het darmmicrobioom niet van de ene op de andere dag veranderd.
Dat is voor mij het verschil tussen een mogelijke belastende factor wegnemen en vervolgens gericht werken aan herstel.
Je kunt het vergelijken met kilometers lopen met een steentje in je schoen. Het steentje verwijderen is nodig om verdere irritatie te voorkomen. Maar de gevoelige plek op je voet is niet onmiddellijk verdwenen zodra het steentje eruit is.
Zo kijk ik ook naar paardenvoeding.
Anders voeren kan een mogelijke belastende factor wegnemen. Gericht ondersteunen geeft het lichaam vervolgens de juiste omstandigheden om te herstellen.
En juist die tweede stap wordt vaak vergeten.
Wanneer we over gezonde darmen bij paarden praten, gaat het al snel over de darmflora of het darmmicrobioom. Dat is belangrijk, maar darmgezondheid bestaat uit meer.
Ik kijk bijvoorbeeld ook naar de darmwand en slijmvliezen. Deze vormen een belangrijk grensvlak tussen de darminhoud en de rest van het lichaam en zijn betrokken bij de opname van voedingsstoffen. Daarnaast wil je dat de omstandigheden in de dikke darm zo stabiel mogelijk zijn, zodat vezelfermentatie goed kan verlopen.
Daarom kijk ik niet alleen naar wat we aan de darmen kunnen toevoegen. Ik wil vooral weten welke omstandigheden we ín het maagdarmstelsel creëren.
Hoe ziet het ruwvoer eruit? Welke vezelbronnen krijgt het paard? Hoeveel suiker en zetmeel bevat het rantsoen? Hoe stabiel is de voeding? Zijn er regelmatig grote voerwisselingen? Hoe reageert het paard op gras? En welke signalen zien we gedurende het jaar?
Je wilt niet alleen iets vóór de darmen voeren. Je wilt de omstandigheden ín de darmen verbeteren.
Twee paarden kunnen allebei mestwater hebben en toch een compleet ander verhaal vertellen. Het ene paard krijgt alleen mestwater tijdens de overgang naar gras. Een ander heeft het vrijwel het hele jaar en staat daarnaast regelmatig opgeblazen. Een derde reageert vooral op veranderingen in ruwvoer of stressvolle periodes.
De zichtbare klacht is vergelijkbaar, maar de omstandigheden zijn anders.
Daarom bestaat er binnen HorseGanic geen standaardprotocol voor ieder paard met darmproblemen. Ik kijk naar het ruwvoer, complete rantsoen, management, voorgeschiedenis, seizoensinvloeden en alle signalen die het paard laat zien.
Vervolgens kijk ik naar de verbanden tussen bijvoorbeeld darmgezondheid, fermentatie en het microbioom, maar ook naar de darmwand, slijmvliezen en opname en benutting van voedingsstoffen.
Afhankelijk van het totaalbeeld kunnen ook de weerstand, suiker- en energiestofwisseling, lever, nieren, lymfe of het zenuwstelsel relevant zijn.
Niet omdat ieder paard op al deze gebieden ondersteuning nodig heeft, maar omdat het lichaam niet uit losse systemen bestaat. Het doel is juist om te bepalen wat bij dit specifieke paard prioriteit heeft.
Binnen een HorseGanic-advies begin ik daarom met een uitgebreide klachtenanalyse. Ik kijk niet alleen naar de huidige darmklacht, maar ook naar de voorgeschiedenis van het paard en naar andere signalen die mogelijk waardevolle informatie geven.
Vervolgens beoordeel ik het complete rantsoen en management. Vanuit die analyse bepaal ik welke systemen als eerste aandacht nodig hebben en in welke volgorde ik wil werken.
Daarom werk ik met een persoonlijk herstelprotocol van 18 weken, verdeeld over drie fases van ongeveer zes weken. De invulling daarvan verschilt per paard.
Bij het ene paard kan in de eerste fase bijvoorbeeld vooral rust in het maagdarmstelsel centraal staan. Vanuit die basis kan vervolgens verder worden gewerkt aan bijvoorbeeld darmwand, slijmvliezen, fermentatie, het darmmicrobioom en de opname en benutting van voedingsstoffen. Wanneer het totaalbeeld daar aanleiding toe geeft, kunnen in een volgende fase andere systemen aandacht krijgen.
Voeding, kruiden en waar nodig aanvullende ondersteuning worden per fase afgestemd op wat het individuele paard op dat moment nodig heeft.
Niet alles tegelijk, maar stap voor stap vanuit een sterke basis.
Een passend rantsoen blijft natuurlijk essentieel voor gezonde darmen. Zonder een goede voedingsbasis wordt het lastig om stabiele omstandigheden in het maagdarmstelsel te creëren.
Maar wanneer een paard al langere tijd darmklachten heeft, wil ik verder kijken dan alleen de samenstelling van de volgende voerzak.
Uiteindelijk is het doel niet alleen dat er beter voer in de voerbak ligt. Het doel is dat het paard dat voer goed kan verteren, voedingsstoffen kan opnemen en benutten en dat er in de darmen een zo stabiel mogelijke omgeving ontstaat.
Daarom zie ik passende voeding en herstel als twee onderdelen die elkaar aanvullen.
Passende voeding creëert de basis. Gericht ondersteunen bouwt daarop verder. En tijd geeft het lichaam de mogelijkheid om zich aan die nieuwe omstandigheden aan te passen.
Heeft jouw paard regelmatig last van mestwater, gasvorming, een opgeblazen buik, wisselende mest of gevoeligheid voor voer- en graswisselingen? Dan kijk ik binnen een HorseGanic-advies verder dan alleen naar welk voer je kunt vervangen.
Met een uitgebreide klachtenanalyse, persoonlijk voedingsadvies en een herstelprotocol van 18 weken brengen we de voedingsbasis op orde en werken we vervolgens stap voor stap aan de systemen die bij jouw paard ondersteuning nodig hebben.
Want ander voer kan een belangrijke eerste stap zijn. Maar wanneer klachten al langer bestaan, is gericht werken aan herstel minstens zo belangrijk.
Een goede darmgezondheid begint bij een passend rantsoen met voldoende ruwvoer en vezels, een stabiele voedingsbasis en zo min mogelijk onnodige grote voerwisselingen. Wanneer een paard al langere tijd klachten heeft, kijk ik daarnaast naar de darmwand, slijmvliezen, fermentatie, het darmmicrobioom en de opname en benutting van voedingsstoffen. Welke ondersteuning passend is, verschilt per paard.
Niet altijd. Wanneer een onderdeel van het rantsoen niet goed bij een paard past, is aanpassen belangrijk. Maar wanneer de darmen al langere tijd signalen geven, betekent een voerwissel niet automatisch dat bijvoorbeeld het darmmilieu, de slijmvliezen of het microbioom direct zijn hersteld.
Daar bestaat geen vaste termijn voor. De duur hangt onder andere af van de aard en duur van de klachten, voeding, management en het individuele paard. Binnen HorseGanic werk ik daarom met een herstelprotocol van 18 weken waarin we in drie fases stap voor stap werken en tussentijds kunnen beoordelen hoe het paard reageert.
Normale mest is positief, maar vertelt niet alles over de darmgezondheid. Gasvorming, een regelmatig opgeblazen buik, sterke reacties op voerwisselingen of andere terugkerende signalen kunnen reden zijn om de spijsvertering uitgebreider te bekijken, ook wanneer de mest meestal normaal is.